12.10.2010

ANGISA: STREK'EDE 2

De verschillende strek'ede
De namen van enkele tientallen bindwijzen komen we in de literatuur tegen. Lang niet al deze bindwijzen weet men nog te vouwen en vaak ontbreekt het aan voldoende achtergrondinformatie. Het is op deze plaats niet moge.Iijk alle ons bekende bindwijzen voorzien van achtergrondinformatie uitputtend op te sommen. Oaarom volgen per categorie enkele sprekende modellen met voor zover mogelijk wat gegevens.

I. Bindwijzen welke een sociale code in zich dragen

1. FEIDA

Feida duidt eigenlijk op een bepaalde groep bindwijzen die met boosheid te maken hebben. In deze gevallen zijn een of meer punten van de gevouwen doek op een bepaalde manier omhoog gestoken. "Zijn bijvoorbeeld de beide uiteinden van de knoop recht naar boven gestoken, dan spreekt men van feida oftewel boosheid, verzet. Van de feida zijn er verschiliende modellen z.a. let them talk, lik me de m ... , loop naar de pomp, don't touch me. Zijn daarentegen de punten naar beneden geslagen, dan wijst dat op een rustig gemoed of betekent het dat men na een twist weer vrede wenst." (Henar 1987:15) (Zie afbeelding 32)




Krijgt een kotomisi het op straat aan de stok met een ander, berg je dan maar. Behalve door middel van een feida-bindwijze worden elkaar in alle openheid verwensingen naar het hoofd geslingerd en ook handtastelijkheden gaat men niet uit de weg. ledereen kan volop meegenieten en het is niet ongebruikelijk dat er partij gekozen wordt. Eerlijkheidshalve moeten we stellen dat we tegenwoordig deze beelden niet zoveel meer op straat tegenkomen. Oe oudere literatuur echter verscharr ons genoeg voorbeelden van straatruzies tussen de dames.

Als we figuurlijk kunnen zeggen dat iemands pet verkeerd staat dan konden we dat vroeger bij de kotomisi letterlijk opvatten. Want om haar woorden en bindwijze kracht bij te zetten had ze de gewoonte haar angisa een halve slag te draaien zodat voor- en achterkant verwisseld waren. Een goed voorbeeld van hoe het op straat toe kon gaan verschaft ons Joest (1893:26; vrij vertaald):

"Ook bij ruzies die bij de rad van tong zijnde stevig gebouwde negerinnen zeer gemakkelijk in handtastelijkheden overgaan, speelt de hoofddoek een rol: ten teken van uitdaging wordt deze omgedraaid zodat de anders in de nek hangende punt over het voorhoofd komt te hangen. Dan suist meestal ook direct van de andere kant een oorvijg door de lucht. Ik had dikwijls vanuit het raam van mijn woning de gelegenheid zulke Trojaanse vechtpartijen a la Fille de Mme. Angotgade te slaan, waarbij steeds z6 een lawaai en gekrijs ontwikkeld werden dat aan rust of arbeid niet te denken viel.

Twee meisjes konden bijvoorpeeld beginnen te ruzien over de waarde van hun gemeenschappelijke aanbidder of om een gevonden vrucht of vanwege een weggevlogen papegaai. Meestal zal zich een kring van meelevende zielen om hAn heen verzamelerj - er zijn in Paramaribo buitengewoon veel mensen die niets te doen hQ~ben en die direct met luide stem en heftige beweglngen aan het debat dEielnemen en het voor een van beide partijen opnemen. Met de groeiende kring van toehoorders nQemt ook de opwinding van de beide 'vechtsters' toe. Scheldkanonnades waarvan de weergave eenvoudigweg onmogelijk is vliegen over en weer; zelfs de goede namen van de overgrootmoeders worden niet geschuwd; bij elk scheldwoord barst de menigte in luid gebrul los, allen klappen in de handen en dansen als bezetenen in de rondte. Oe opgewonden en tevens bleke negerin (negers kunnen net zo bleek en rood worden als blanken) kijkt trots en woedend, half lachend, half huilend, de kring rond alsof ze zeggen wil: 'Die heb ik er goed van langs gegeven!' Dan verandert het beeld. Het wordt geluidloos stil. Een van de strijdsters heeft haar hoofddoek omged raa i d! Als twee kemphanen, als twee om haar jongen vechtende tijgerinnen, staan de beide strijdsters tegenover elkaar. Dan een schreeuw! Klap! Klap! Een kort handgemeen, vreselijk lawaai en rechts en links ziet men een huilende, met de handen in de lucht spartelende strijdbare meid die de haar zojuist aangedane onbillijkheid luidkeels uitschreeuwt en door haar vriendinnen van het strijdtoneel met geweld of door overreding naar huis gebracht wordt.

Daarmee is de zaak echter nog lang niet voorbij. Ook de toeschouwsters zijn intussen warm gelopen; er hebben zich partijen gevormd hoewel niemand weet waar het bij het gekrakeel überhaupt om ging; men herhaalt de gedane uitlatingen; men wordt persoonlijk, heftig woedend, en binnen enkele minuten wordt onder luid geschreeuw nogmaals een hoofddoek omgedraaid en wederom begint er weer een gevecht van vrouw tot vrouw. ;lo kan het uren lang doorgaan totdat een neger-agent de zaak tot een einde brengt doordat hij het hele gezelschap met enkele goedbedoelde schoppen uit elkaar drijft."

We hebben gezien dat 'feida' een term is die gebruikt wordt voor alle typen bindwijzen waaruit in meer of mindere mate boosheiid spreekt. In dit verband mag de term 'opslaan' niet onvermeld blijven. Naarmate er meer punten, of kleppen zoals Simons (z.j.) schrijft, worden opgeslagEm, naarmate de vrouw bozer iso Si mons zegt het aldus. "Bij het dragen van de hoofddoek kan deze worden opgeslagen. Dit 'opslaan' kan op verschilIende manieren gebeuren en heeft daarom ook verschiliende betekenissen. Wordt bijv. een klep opgeslagen, dan duidt dit op ruzie tussen de dames en betekent: 'Laat maar waaien'.

Het opslaan van 2 kleppen heeft een betekenis - die heel eufemistisch uitgedrukt - vertaald zou kunnen worden met: 'Loop naar de maan'. ( ... ) Kijken we nu naar de volgende doek: als men zo'n waaier met 4 windwijzers ziet op de hoek van de straat dan weet men wel precies hoe laat het is! .... kommentaar is dus overbodig."

2. A NO MI LAFU KONKONI MEKI A NO HABI TERE

"Van eenigszins beter gehalte is het vlak binden van den doek met slechts een stompje, uitschietend ter linkerzijde. Hiermede wordt tegen vijandinnen een bekende zegswijze gelucht: 'a no mi lafoe konkoni meki a no habi tere'. d.i. Het konijn mist zijn staart niet, omdat ik het uitlach, m.a.w. mijn schuld is het niet als jij in een of ander opzicht bespottelijk mocht zijn." (Morpurgo 1935:389)

3. BROKO-EOE & YONGU-MEIOJE-EOE

"A way of tying kerchiefs which, it was said, is very old, is called broko hede, 'broken head'. A kerchief tied in this manner used to be worn by young girls as a sign that they had already had sex relationships, but today this style is not much worn. The complement to this is the method of tying known as yungu-meidje-hede, 'young girl's head', where all loose ends are tucked in, and a girl wearing it is marked as a virgin, - to be specific, it was said that 'thiskerchief is worn before a girl has a man, to show that she is ready for one'." (Herskovits en Herskovits 1936:8-9)

4. FETKAKA

"( ... ) (feti, afgekort tot fit' is vechten en kaka, afkorting van kakaforoe, is haan; dus kemphaan). Van deze wijze van strikken bedienen de dames zich als alle minder drastische middelen zijn uitgeput en de eer eischt, dat er gevochten wordt. Bij dergelijke vechtpartijen delft veelal het onderspit de partij die het eerst getroffen wordt in de gevoelige piek .... de haren. Het model fit'kaka nu, is er op berekend alle haren zorgvuldig weg te binden en in veiligheid te stellen zodat de tegenpartij deze niet te pakken kan krijgen." (Morpurgo 1935:389)

5. MOTYO-EOE

"Another of this general category of loosely-tied kerchiefs is called motyoede, 'prostitute' and is the kerchief of a loose woman. It is lie.d so that there is a short straight line in back, which symbolizes a road, 'and a large opening with loose ends to indicate that the men are to follow her, and 'be at home'." (Hersokovits en Herskovits 1936:8)

6. WACHT MIJ OP OE HOEK/WAKTI MI NA TAP'UKU (Zie afbeelding 33) Over de uiterlijke verschijningsvorm bestaat althans in de Iiteratuur geen consensus. Samson (1965:7) heeft het over aan weerszijden uitstekende punten; Illes (z.j.:z.p.) heeft het over de wikse hoek die naar buiten getrokken wordt en Herskovits en Herskovits (1936:8)'over 'a straight line in back, and a slight opening to one side'.



Bindwijzen met dergelijke benamingen worden ook wel 'afspraak-hoofddoeken' genoemd. Een ander voorbeeld is 'volg mij' (waka na mi baka).

7. YU LOBI NA MAN, Ä NO LOBI YU

"One kerchief has a small plaited end to represent a fan, and carries the name, 'yu lobi na man, a no lob i yu, - you love the man, but he does not love you (as yet)" and this style of headdress signifies that the wearer is fanning some man's emotions, so that he might notice her." (Herskovits en Herskovits 1936:8)

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen