Posts mit dem Label kotomisi werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label kotomisi werden angezeigt. Alle Posts anzeigen

27.12.2017

Reisebericht: Kotomuseum Paramaribo




Angisa – ein Kopftuch für die freie Frau

3. Januar 2017 von Steffi | 2 Kommentare
Paramaribo, Surinam, 24. November 2016

Stoffe fantasievoll benennen und durch Kopftücher sprechen: Welch‘ bunte, poetische aber leider mit den Alten aussterbende Kunst! Und natürlich eine, über die ich unbedingt mehr wissen muss!

Aber all das ahne ich noch gar nicht, als wir das Koto-Museum aufsuchen. Mich faszinierten erst mal nur die bunten Stoffe und fülligen Kleider auf dem Flyer des kleinen, feinen und neuen Museums in Paramaribo.

Wieder einmal werden wir von einem Führer begrüßt, dem seine Aufgabe am Herzen liegt. Seine Augen leuchten, sein Mund schmunzelt verschmitzt, als er uns in die Geheimnisse der Kotomsi, der emanzipierten Kreolin mit eigenem Geld in Paramaribo, die zu Beginn des 20. Jahrhunderts Koto und Angisa trug. Frauenvereine trugen maßgeblich zur Entwicklung dieser einzigartigen Mode bei: Jede Frau wollte die Schönste und Kreativste sein.


Kotomisi mit hohem Entenpopo

Koto, der Rock, musste weit und üppig sein, sehr üppig. Damals war in Paris der Entenpopo in Mode, also das betonte Hinterteil. Das muss ja bei den meisten Kreolinnen nicht mehr betont werden, also meiner Meinung nach nicht, und so verlegten sie die Ausstülpung nach oben, gegenüber der Brust auf den Buckel. Da traf es sich gut, dass der Rock sehr hoch getragen wurde. Ich bin nur nicht dahintergekommen, ob unter oder über der Brust.

Diese wurde von einer Bluse, oder einem Bolero bedeckt, der eindeutig europäischen Ursprungs ist und nur oben vorne geschlossen. Deshalb hingen an seiner Rückseite zwei Bänder herab, mit denen er auch vorne gebunden werden konnte, denn in manchen Situationen wollte frau doch sicher bedeckt sein. Die Bänder sprachen allerdings auch Bände: Wie die gesamte Tracht waren sie steif gestärkt, frau konnte sie glatt bügeln oder in Ziehharmonikafalten plissieren: Trug sie ein glattes Band, war sie frei, trug sie ein gefaltetes, gebunden. War es abwechselnd gefaltet und glatt – dann war ihr Mann im Landesinneren, Gold suchen, oder auf einer Plantage, wer weiß das schon! Er wurde in den nächsten Monaten jedenfalls nicht daheim erwartet…


Kotomisi in Einzelteilen

Über die Entstehung dieser Mode, oder Tracht, die es so nirgend woanders gegeben hat, gibt es unterschiedliche Meinungen. Manche sagen, die Frauen der Sklavenhalter wollte, dass die Sklavinnen ihre Brüste bedeckten und so vor den lüsternen Fingern ihrer Männer versteckten, andere sagen, das war schon die Idee der Sklavinnen selbst aus genau dem gleichen Grund. Jedenfalls ist die Kotomisi – auch die Tracht selbst wird so bezeichnet – eine Fusion aus afrikanischer Tradition und europäischer Mode, die in Surinam einen ganz eigenen Ausdruck annahm. So knoten auch die Afrikanerinnen und die Kreolen in der Karibik gerne Tücher um ihren Kopf, doch die Kunst, mit Tüchern zu sprechen, entwickelte sich nur in Surinam.


„Ich bin eine Goldmünze, ich gehe durch viele Hände, doch ich verliere nicht meinen Wert.“ Angisa einer Prostituierten

26.03.2017

angisa bobeti

Bij verjaardagen dienen angisa's als decoratie tegen de muur, in manden (opgemaakt als bloemen, angisa ruiker of Bobeti).

kotomisi und mati-work

De kotomisi als pijnlijk cultureel erfgoed

Katoenen Surinaams-Creoolse hoofddoek op Franse vouwwijze (Bobeti)



De doek is gevouwen volgens de Franse vouwwijze, zoals ze het doen op Sint Maarten. Toen mevrouw van Tilburg, echtgenote van de Gouverneur van Suriname 60 jaar werd, gaf ze een Surinaams verjaardagsfeest, waarop verschillende dames een muts in franse vouwwijze droegen. Angisa's zijn gesteven katoenen bedrukte doeken.Via deze hoofddeksels gaven vrouwen in Suriname 'geheime' (echter bekend aan alle 'insiders') boodschappen aan elkaar door via verschillende manieren van vouwen. Deze doek heet "lobi na basi": liefde heeft geen baas. Angisa's als deze zijn haast altijd machinaal bedrukt. Zogenoemde 'lapjesmannen' vragen bij oudere vrouwen fragmenten van oude hoofddoeken op. Naar die fragmenten worden in Suriname of Japan ontwerpen gemaakt in verschillende kleurstellingen, waaruit de Surinaamse handelaar zijn bestelling kan doen. De angisa behoort tot het traditionele kostuum, de kotomisi van de Creoolse vrouw. Dit kostuum bestaat uit jaki, koto en angisa. De angisa wordt op verschillende wijzen gevouwen, waarbij de vouwwijze een bepaalde betekenis heeft, die bekend is aan 'insiders'. Met de hoofddoeken konden vrouwen hun gemoedstoestand aangeven. Er waren bijvoorbeeld doeken gevouwen als: pauw-tere (pauwestaart), boto-ede (boothoofd), lontoe ede (rond hoofd), deze was/is voor deftige gelegenheden en rouw. Doksi tere (eendestaart), low ede tai, vouwwijze voor rouw. Prois ede, vouwwijze voor bruiloften (prois = vermoedelijk prooi); een enkele keer ook moi moi, op 1 juli, Emancipatiedag. Is de angisa eenmaal gevouwen, dan wordt hij met speldjes vastgezet en zo bewaard als een soort muts. De doeken zijn ook altijd gesteven (met gomma, cassavestijfsel, of kaarsvet, tegenwoordig ook moderne stijfselsoorten). Ook al gaan Creoolse vrouwen veelal Europees gekleed, aan de traditionele hoofbedekking wordt vaak nog vastgehouden. Zo zijn er vrouwen in Europese jurk met hoofddoek, hetgeen palito wordt genoemd. Bij rouw werden de ogen bijna bedekt: diep in de ogen bij vader of moeder; hoger op het hoofd voor andere verwanten. Om de angisa goed te kunnen dragen wordt het haar op een speciale manier opgemaakt. Heeft een oudere vrouw te weinig haar, dan vouwt ze vaak eerst een doek om het hoofd. Hoe minder haar er onder een doek uitkwam, hoe netter de vrouw er uit zag. Heel bijzonder is de feestdracht met een hoofdbedekking van drie tot vier doeken, waardoor zes tot acht punten ontstaan. Bij verjaardagen dienen angisa's als decoratie tegen de muur, in manden (opgemaakt als bloemen, angisa ruiker of Bobeti). Als eerbewijs werden ze ook wel uitgespreid op de grond als loper. Als er een nieuwe doek op de markt komt, wordt voor de naamgeving advies gezocht waarna de doek wordt geopend, d.w.z. gedoopt. Er zijn o.a. de volgende naamgevingen te onderscheiden: a. doeken die teruggaan op een belangrijk feit in het wereldgebeuren b. oranje doeken c. doeken die hun naam danken aan een gebeurtenis in de stad d. spreuken of gezegden e. antwoorddoeken, signaaldoeken Volgens R.D. Simons droegen slavinnen uit Afrika alleen een pangi van blauwe stof die in Haarlem vervaardigd werd. Het bovenlijf was bloot. Derhalve ontwierpen de Hernhutters (volgens het verhaal) een kostuum voor de negervrouwen. Zo ontstond de koto (1959:9-12). Sommige vrouwen verzamelen deze hoofddoeken.

The culture of resistance















http://nakssuriname.com/

http://nakssuriname.com/

angisa/gender










31.01.2017

Onbegrensd Nederland & Suriname I: postzegeldeelafbeeldingen

Onbegrensd Nederland & Suriname I: postzegeldeelafbeeldingen

24
Met hulp, steun en medewerking van de ontwerpster Ariënne Boelens van deze emissie kan ik informatieve en inzichtgevende aanvullingen (geruime tijd vóór de uitgiftedatum) geven op de bijdrage ‘Onbegrensd Nederland & Suriname’ van 7 juli 2010.
Het bestaan van een goudrijk gebied in Suriname lokte veel Europeanen. Het eldorado werd niet gevonden, velen vertrokken in tegenstelling tot de Zeeuwen. Zij zagen mogelijkheden in het verbouwen van tabak, cacao en orleaan (een rode vrucht, waarvan de kleurstof voor veel doelen (o.a. make-up) kon worden gebruikt); handel in vogelveren (ter versiering van dameshoeden en mantelkragen), handel in anoty-verfhoudende zaden als kleurstof voor de zijde. Handel in worst, kaas en het extreem dure slangenhout voor wandelstokken, biljartkeus en inlegwerk.

1) Agricultuur

Bijgaand postzegelvelletjes is ontdaan van de vier ballast-postzegels, zodat er inhoudelijk tussen de twee postzegels en de velrand een meer uitgebalanceerde, aanvaardbare én harmonische eenheid ontstaat.
Het bakken van brood, pannenkoeken en koekjes en het zuur inleggen van vruchten (augurkjes en uitjes) en groenten waren gebruiken, die de Surinamers hoogstwaarschijnlijk van de Nederlanders hebben overgenomen. Overigens is ‘zuurgoed’ niet alleen vanuit Nederland ontstaan, maar er is ook sprake van Indonesische invloed. Denk hierbij bijvoorbeeld aan atjar.
De Surinaamse producten gaan als beelddoorlopers naadloos van beide postzegels over in de velrand. Op de plank (letter-/slangenhout) op de linker postzegel én velrand liggen twee veertjes, kralen en orleaanzaden. Op de rechter postzegel bevinden zich tabaksbladeren, orleaanvrucht, een tweetal zure uitjes (zich voortzettend op de velranden), een groene en paarsblauwe vogelveer.
Op de ondervelrand liggen (gedeeltelijk op de plank) uitgespreid (links) kralen, orleaanzaden, twee augurken en een vogelveer. Rechts liggen uitjes en een gele cacaovrucht (in een ‘geopende’ lengte- en dwarsdoorsnede).

2) Streekdracht

Bijgaand postzegelvelletje is ontdaan van de vier ballast-postzegels, zodat er inhoudelijk tussen de twee postzegels en de velrand een meer uitgebalanceerde, aanvaardbare én harmonische eenheid ontstaat.

Kotomisi en angisa uit Suriname

De kotomisi (gelaagde jurk) is tijdens de slavernij ontstaan. Vrouwelijke rondingen van de Creoolse jongedames verdwijnen in deze verhullende kleding geheel. Plantage-eigenaren met begerige blikken kwamen door deze onaantrekkelijk makende ‘camouflagekleding’ (kuisheidversterkende kleding) minder gauw in de verleiding deze vrouwen te benaderen. ‘Koto’ betekent rok en ‘misi’ betekent juffrouw.
De kotomisi bestaat uit een wijd uitstaande rok met een groot aantal onderrokken, zo hard gesteven dat ze (op de grond neergezet) blijven staan. De rok reikt van de grond tot de oksel en wordt omgeslagen en opgehouden met een band om het middel. De kotomisi wordt nog steeds gedragen. Er bestaan verschillende koto’s voor verschillende gelegenheden als verjaardagskoto, werkkoto, rouwkoto, trouwkoto en danskoto.
Bij de schematische gevouwen angisa’s zijn (eigentijdse) ‘boodschappen’ afgedrukt als “laat ze maar praten”, “wacht op mij op de hoek” en “ik heb geen beltegoed (zij- en achteraanzicht). Overigens is de ‘r’ van het woord ‘achteraanzicht’ niet aanwezig!

15.01.2017

Arnoldus Hyacinthus Aloysius Hubertus Maria Borret











bioportnummer39174235born28 oktober 1848
Maastrichtdied6 februari 1888
Paramaribo, Surinamegender
male
categories
Beeldende kunsten & vormgeving
Koloniale en overzeese betrekkingen en handel