Posts mit dem Label pangi werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label pangi werden angezeigt. Alle Posts anzeigen

07.01.2011

Der Kotomisi Code: Religion

An der Jacke oder an der ganzen Tracht der Sklavin konnte man erkennen zu welcher Relogion (Godsdienst) der Sklavenhalter gehörte.

Die Sklavinnen der Calvinistischen Gemeinde trugen einen steif gefalteten (geplooide)  Rock, der den Boden berührte. Weiterhin eine lange Jacke mit langen Ärmeln. Über der Schulter trug man noch ein loses weisses Tuch.
Die Sklavinnen der Moravischen Brudergemeinde trugen über dem weiten schön gefaltetem Rock ein kurzes Leibchen, das im Rücken sehr tief ausgeschnitten war. Um die Hüfte war ein buntes Tuch gewickelt, das am Rücken in einem Dreieck herunterhing. Insgesamt war dies eine Tracht die nicht sehr warm und liebenswürdig (bekoorlijker) war.
Die Sklavinnen der Israeliten trugen unter dem Kopftuch ihr Haar offen.. Die Jacke war sehr viel  weiter geschnitten und in weniger Falten gelegt. èber der rechten Schulter trugen sie ein loses Tuch.
Die Sklavinnen der Lutherischen Kirche waren einfacher, doch ihre Kleideung hatte weniger Stil. Der Rock hatte einen weniger guten Schnitt und sie trug ein grosses Umschlagstuch über den Armen und über die wenig ausgeschnittene Jacke.
Die Marktfrauen dagegen schlangen sich nur einen pangi um die Hüfte.

War der Koto früher eine Alltagskleidung so veränderte sich der Koto später zu einer Gelegenheitskleidung.


(aus: Ilse Henar-Hewitt, Surinamse Koto's en Angisa's)

11.10.2010

KOTOMISI 2


Ameksani
KOTOMISI

Vandaag de dag noemen wij iedere vrouw die in koto verschijnt een kotomisi. Vroeger werd je pas kotomisi genoemd als je de klederdracht in de meest verzorgde vorm droeg. Zij was het die in de min of meer goeden doen,zich puik wist te kleden, aan haar kleding en opschik veel zorg bestede en zelfs schoenen droeg. Werd echter bij overgens gelijke kleding de voorkeur gegeven om op blote voeten te lopen,dan sprak men van een koto-soema.

Het aankleden van een kotomisi is een kunst die niet te onderschatten is. Vroeger had men onder de koto en jaki heel wat ondergoed te weten een lefi (onderlijfje) een flanelle hemt met in figuurtjes uitgeknipte mouwen, een katoenen hemd vaak op de hand geborduurd, een broek van vierlinnen, daar overheen 1 tot 2 pangi's en daar nog overheen 1 tot 2 onderrokken. De onderrok wordt vlak onder de borsten vastgebonden met een tot driehoek gevouwen hoofddoek of een band. Over dit alles komt de koto.

Een nette koto rijkt tot op de grond. Een werk koto tot de helft van het kuitbeen. Om de goed lengte te bepalen wordt de rokband tussen de tanden genomen. De rok is zeer wijd, kan 2 tot 3 banen van de stofbreedte zijn. De koto en het jaki moeten zeer veel stijfsel hebben, dit voorkomt het smoezelig worden terwijl de plooien dan ook goed vallen. De koto moet aan de bovenkant gerimpeld worden en op maat met een rokband vastworden gezet, aan de voorkant blijft een opening. De rok heeft geen zoom maar een tegenzoom(stootkant) van ongeveer 30 cm.