Posts mit dem Label black dutch werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label black dutch werden angezeigt. Alle Posts anzeigen

09.04.2016

Slaven en vrijen. Van Hoëvell (1854)

09 Saturday Apr 2016
Posted by Carl Haarnack in 19th century books, Bibliotheca Surinamica, Dutch books
≈ Comments Off on Slaven en vrijen. Van Hoëvell (1854)

Slaven en vrijen onder de Nederlandsche wet. W.R. van Hoëvell. Zaltbommel: Joh. Noman en Zoon, 1854.
Wolter Robert baron van Hoëvell werd geboren in Deventer in 1812. Hij overleed in 1879 in Den Haag. Tussen 1837 en 1848 was hij predikant in Batavia, het huidige Jakarta in Indonesië. Van 1849 tot 1862 was hij lid van de Tweede Kamer. Na deze periode bleef hij tot zijn dood lid van de Raad van State, adviesorgaan van de regering en de hoogste bestuursrechter van Nederland.

Litho uit Slaven en Vrijen (1854)

In 1854 verscheen zijn boek Slaven en vrijen onder de Nederlandsche wet. Dit is één van de belangrijkste boeken uit de Surinaamse bibliotheek. Samen met de Max Havelaar (1860) vormt het de belangrijkste 19e eeuwse aanklacht tegen het Nederlandse beleid in de koloniën. Met zijn publicatie beïnvloedde Hoëvell in belangrijke mate het debat over de afschaffing van de slavernij in Suriname. Hij is zelf nooit in Suriname geweest maar heeft op basis van koloniale verslagen en informanten een boek samengesteld over de erbarmelijke levensomstandigheden van de slaven in Suriname (bijna 40.000 in aantal) en de marrons die zich in de binnenlanden ophouden. Die informanten worden niet bij naam genoemd omdat, zo geeft Hoëvell aan, de kans bestaat dat zij gevaar lopen door de acties van de tegenstanders van de afschaffing van de slavernij. Het boek biedt volgens de auteur ‘alléén waarheid en niets dan waarheid voor; dat wil zeggen: van den toestand der maatschappij in Suriname, voor zooveel de slavernij betreft, heb ik een waarachtig en getrouw tafereel trachten op te hangen’.

Plantage directeur met Creolenmama en slavenkinderen

18.11.2015

'De Nederlandse maatschappij dwingt je op zoek te gaan naar je eigen roots'

Jeannine Julen − 15/11/15, 19:43


© Maartje Geels. Dominique Snip draagt een jurk van Vlisco-stof, ontworpen door Lady Africa.
Wie om zich heen kijkt op straat zal het, zeker in de grotere steden, al zijn opgevallen: kledingstukken met Afrikaanse prints zijn populair. Puur een modetrend of willen de dragers vooral hun black identity uitdrukken? Jeannine Julen vroeg het aan Dominique Snip, Wilson Almeida Duarte, Tania Christina Monteiro en Ashaki Leito.
  •  
    Iedereen is zo druk bezig te benadrukken dat je anders bent
Veertig stuks. Zoveel Afrikaanse kledingstukken heeft de 31-jarige Dominique Snip in de kast hangen. "Ik wil opvallen", zegt ze een aantal keer tijdens het interview. Maar de daadwerkelijke oorsprong van haar voorliefde voor Afrikaanse prints ligt dieper.

Het is 2000 als de zeventienjarige Dominique vanuit Paramaribo naar Zaandam verhuist en terechtkomt op een school met "voornamelijk witte kinderen". Geen leuke tijd, herinnert ze zich. "Ik werd gepest vanwege mijn huidskleur. Er werd naar me gestaard en gewezen. Iemand riep zelfs een keer dat ik dezelfde kleur heb als mijn haar. Zo zwart ben ik dus."

De Nederlandse maatschappij dwingt je op zoek te gaan naar je eigen roots, zegt Dominique met een ernstig gezicht. "Iedereen is zo druk bezig te benadrukken dat je anders bent." Haar eigen zoektocht begon daarom kort na die ervaringen op de middelbare school. Ze knipte haar met chemische middelen ontkroeste lokken af en dwong zichzelf te houden van haar eigen kleine krullen. Eerst door erover te bloggen, een paar jaar later schreef ze een boek en uiteindelijk opende ze een eigen kapperszaak met zelfgemaakte haarproducten speciaal voor kroeshaar.

Beurs in Parijs
Maar Dominique was nog steeds op zoek naar eigenheid. "Ik wilde niet zoals ieder ander zijn. Dat ik een sterke zwarte vrouw ben, wist ik. Maar ik zocht een manier om dat uit te dragen. Niet alleen met mijn haar, maar ook met mijn kleding."

Op een beurs in Parijs zag ze Afrikaanse vrouwen in traditionele kledij lopen. "Die vrouwen straalden zoveel trots uit, liepen altijd met opgeheven hoofd. Ze waren niet per se bezig met kroeshaar, net als ik. Die mooie jurken waren voor hun gewoon mode." Ze lacht. "Onder die mooie hoofddoeken droegen ze soms gewoon een pruik."

De fierheid die ze in Parijs zag, voelt Dominique nu ook als ze haar Afrikaanse jurken, rokken of jasjes draagt bij speciale gelegenheden. Of als ze haar vijf maanden oude zoontje Kehmet in Afrikaanse prints hult. De stof geeft haar kracht, zegt ze. Omdat die uitstraalt wie ze is, maar ook omdat ze het gevoel heeft dat haar Afrikaanse voorvaderen zo dichtbij haar zijn. "Het is voor mij een manier om ze te eren. Ik geloof dat mijn voorouders me leiden, dat zij me hebben verteld wat ik op de wereld moet doen. Als ik moet performen dan steunen ze me."

Zara en H&M
Het is de afgelopen jaren ineens snel gegaan met de opkomst van de Afrikaanse prints in het heersende modebeeld. Moest de liefhebber vroeger door afgelegen straatjes van de Amsterdamse Bijlmer dwalen om op zo'n typische, met Afrikaanse lappen stof behangen winkel te stuiten, tegenwoordig zijn kledingstukken met deze prints gewoon verkrijgbaar bij grote ketens als Zara, H&M en Monki. De toonaangevende modeglossy Vogue wijdde in 2012 onder de titel 'Afrocentric' een heel nummer aan Afrikaanse prints. En ook zangeressen Beyoncé, Fergie, Rihanna en Kelis hijsen zich regelmatig in speciaal voor hen ontworpen tribal- broekpakken en -jurken.
  •  
    Mensen zoeken naast die massaproductie naar manieren en merken in de mode om hun eigen identiteit uit te dragen
Die toenemende populariteit heeft drie oorzaken, signaleert Anne Marie Commandeur, directeur van het Stijlinstituut Amsterdam: Afrikaanse ontwerpers raken steeds meer in trek, marktleider op de Afrikaanse stoffenmarkt Vlisco uit Helmond profileert zich sterker en de consument verlangt naar een ander soort kleding. Commandeur, die met haar team mode- en textieltrends signaleert, ziet dat al een paar jaar om zich heen gebeuren. De hoofdstad van Congo, Kinshasa, ontpopt zich met haar Fashionweeks en vooruitstrevende designers tot een tweede Parijs.

Het voorheen nogal op zichzelf gerichte Vlisco zocht in de afgelopen jaren de samenwerking op met grote merken als Eastpak, Adidas en zelfs het ontwerpersduo Viktor & Rolf. En dan die consument. Die wil niet zomaar een printje, zegt Commandeur. Dat printje moet een verhaal hebben of 'heritage', erfgoed, uitstralen.

Gemixte klandizie
Irene Hin, eigenares van de chique boetiek 'Lady Africa' aan de Haagse Denneweg, gaat een stap verder dan Commandeur: "Mensen zoeken naast die massaproductie naar manieren en merken in de mode om hun eigen identiteit uit te dragen."

Ze ziet het ook in haar winkel, met een heel gemixte klandizie, waar ze duurzaam ontworpen designerkleding verkoopt: handgemaakte clutches (handtasjes), armbanden en kledij, veelal van Afrikaanse makelij. "Ik bespeur een omarming van duurzaamheid, maar ook van de black identity. Genoeg is genoeg, denken sommigen na de doodgeschoten zwarte tiener in Ferguson of de misstanden in de kledingindustrie. Dat we naar een vreedzamer wereld moeten, drukken mensen vaker uit in mode."

Het is een manier van verhalen vertellen via kleding die Hin doet denken aan haar grootmoeder. Ze praat bevlogen over haar, de Ghanese Beatrice Efua Oyemam Armah die in de jaren zestig een marktkraam had in het kustplaatsje Winneba. Befaamd vanwege de Vliscostoffen met Afrikaanse prints die ze er verkocht. "Met die stoffen droegen vrouwen hun positie uit, vertelden ze een verhaal", legt ze uit. Bijvoorbeeld dat hun man vreemdging, en dat ze wisten met wie. Of dat ze in hun dorp met de nek werden aangekeken, en desondanks hun rug rechthielden. Dat er iemand was overleden of juist ging trouwen.
  • © Maartje Geels. Wilson Almeida Duarte draagt een shirt gemaakt op Kaapverdische bodem.
  •  
    Vroeger noemden mijn vrienden me een nep-Cabo omdat ik nog nooit naar Kaapverdië ben geweest