Nachrichten von Surinam: Duitsers in een Nederlandse Kolonie (1650-1900)
Suriname kwam bij de Vrede van Breda in 1667 in Nederlandse handen. Tot die tijd waren het afwisselend Fransen, Engelsen en Nederlanders die er de dienst uitmaakten. Behalve het aantrekken van voldoende arbeidskrachten (hoofdzakelijk slaven uit Afrika) was het aantrekken van voldoende Europese kolonisten een grote uitdaging. Aan het eind van de 18e eeuw telde de kolonie zo’n 50.000 inwoners waarvan er slechts 3000 tot de blanke Europese bevolking konden worden gerekend. Van deze Europeanen was een aanzienlijk deel van Duitse komaf. Logisch dat deze Duitsers door de eeuwen heen hun stempel op Suriname hebben gedrukt. Wat deden zij in Suriname? Hoe kwamen de Duitsers in Suriname terecht? En wat waren dit voor lieden?
We gaan het hebben over Duitsers in Suriname, maar ik wil graag beginnen in Duitsland.

Suriname kwam bij de Vrede van Breda in 1667 in Nederlandse handen. Tot die tijd waren het afwisselend Fransen, Engelsen en Nederlanders die er de dienst uitmaakten. Behalve het aantrekken van voldoende arbeidskrachten (hoofdzakelijk slaven uit Afrika) was het aantrekken van voldoende Europese kolonisten een grote uitdaging. Aan het eind van de 18e eeuw telde de kolonie zo’n 50.000 inwoners waarvan er slechts 3000 tot de blanke Europese bevolking konden worden gerekend. Van deze Europeanen was een aanzienlijk deel van Duitse komaf. Logisch dat deze Duitsers door de eeuwen heen hun stempel op Suriname hebben gedrukt. Wat deden zij in Suriname? Hoe kwamen de Duitsers in Suriname terecht? En wat waren dit voor lieden?
We gaan het hebben over Duitsers in Suriname, maar ik wil graag beginnen in Duitsland.

Frederik de Grote en Wilhelmine
Over het vorstendom of eigenlijk markgraafschap Brandenburg-Bayreuth heerst Frederik (1711-1763). Hij is gehuwd met Wilhelmina (1709-1758). Prinses Wilhelmine van Pruissen (1709–1758) was een zus van Frederik de Grote. In haar opdracht werd in 1752 een zg Leichenrede gemaakt. In een dergelijk document werd iemands levensloop beschreven en werden soms portretten van de overledene afgebeeld. Deze preken werden gedrukt in oplagen van 100 tot 300 stuks en dienden tot troost van vrienden en familie. Dit was een kostbare aangelegenheid en dit was in de regel slechts weggelegd voor adelijke lieden of rijke burgers die dit konden betalen. Maar wat denkt u van de belangwekkende lijkenpreek gemaakt voor een Afrikaanse vrouw, een moorin, in 1751? Haar naam was Alzire en ze kwam uit Suriname en leefde aan het Hof in Bayreuth.

“Sie ist eine heydinn, herkommlich aus der Provinz Surinam, eines entlegenen Welttheiles. Sie ist durch ein besondres Schicksal, das uns grostentheils unbekannt ist; in unsseren Welttheil gekommen, und von unsrer Durchlauchtigsten Landesherrschaft auf- und angenommen werden. Ihr Name ist Alzire – ihr Alter ist, so viel man Nachricht hat, ungefaehr 22 Jahr – sie ist am 22sten May 1751 Abends um 2 Uhr gestorben.”[1]
Deze Surinaamse werd waarschijnlijk Alzire genoemd naar de protagonist in Voltaires drama Alzire ou les Americains dat in 1736 voor de eerste maal werd opgevoerd. Wilhelmine was bevriend met Voltaire. Hoe Alzire vanuit Suriname aan het Hof van Bayreuth kwam is onbekend. Ik vermoed dat zij daar reeds op jonge leeftijd gekomen moet zijn. Mogelijk is het haar net zo vergaan als de twee volgende gevallen.
In 1767 vindt er in de stad Stuttgart een onderzoek plaats naar een ‘Mohren-Bub’(moorenknaap) van 14 a 15 jaar. Deze jongen genaamd Heinrich is schoolgaand maar is niet gedoopt. Heinrich is geboren in 1751 in Suriname. Op achtjarige leeftijd wordt Heinrich voor fl. 150,– gekocht door de in Suriname woonachtige smid, Johann Jakob Dreuzler. Hij komt uit Württemberg en is vermoedelijk in dienst van een plantage-eigenaar. In 1764 keert Dreuzler naar zijn geboorteland terug. Hoewel hij dan Heinrich in Suriname kan verkopen voor zo’n fl.400,– neemt hij hem mee naar Württemberg. Daar schenkt hij Heinrich aan Hertog Carl Eugen. De schoolmeester Jonathan Lenz karakteriseert Heinrich als volgt:
“In Ansehung seiner Gaben seye er nicht gar unter die Mittelmässige zu sezen: in Ansehung seiner Aufführung seye er stille, friedlich und folgsam; Buchstabire zimlich gut, und fange an zu lesen; seye aber zimlich schüchtern und unkeck; habe eine Gute Leibes-Stärcke, und seye zu schweren Arbeiten geschickt und willig.”[2]

Over het vorstendom of eigenlijk markgraafschap Brandenburg-Bayreuth heerst Frederik (1711-1763). Hij is gehuwd met Wilhelmina (1709-1758). Prinses Wilhelmine van Pruissen (1709–1758) was een zus van Frederik de Grote. In haar opdracht werd in 1752 een zg Leichenrede gemaakt. In een dergelijk document werd iemands levensloop beschreven en werden soms portretten van de overledene afgebeeld. Deze preken werden gedrukt in oplagen van 100 tot 300 stuks en dienden tot troost van vrienden en familie. Dit was een kostbare aangelegenheid en dit was in de regel slechts weggelegd voor adelijke lieden of rijke burgers die dit konden betalen. Maar wat denkt u van de belangwekkende lijkenpreek gemaakt voor een Afrikaanse vrouw, een moorin, in 1751? Haar naam was Alzire en ze kwam uit Suriname en leefde aan het Hof in Bayreuth.

“Sie ist eine heydinn, herkommlich aus der Provinz Surinam, eines entlegenen Welttheiles. Sie ist durch ein besondres Schicksal, das uns grostentheils unbekannt ist; in unsseren Welttheil gekommen, und von unsrer Durchlauchtigsten Landesherrschaft auf- und angenommen werden. Ihr Name ist Alzire – ihr Alter ist, so viel man Nachricht hat, ungefaehr 22 Jahr – sie ist am 22sten May 1751 Abends um 2 Uhr gestorben.”[1]
Deze Surinaamse werd waarschijnlijk Alzire genoemd naar de protagonist in Voltaires drama Alzire ou les Americains dat in 1736 voor de eerste maal werd opgevoerd. Wilhelmine was bevriend met Voltaire. Hoe Alzire vanuit Suriname aan het Hof van Bayreuth kwam is onbekend. Ik vermoed dat zij daar reeds op jonge leeftijd gekomen moet zijn. Mogelijk is het haar net zo vergaan als de twee volgende gevallen.
In 1767 vindt er in de stad Stuttgart een onderzoek plaats naar een ‘Mohren-Bub’(moorenknaap) van 14 a 15 jaar. Deze jongen genaamd Heinrich is schoolgaand maar is niet gedoopt. Heinrich is geboren in 1751 in Suriname. Op achtjarige leeftijd wordt Heinrich voor fl. 150,– gekocht door de in Suriname woonachtige smid, Johann Jakob Dreuzler. Hij komt uit Württemberg en is vermoedelijk in dienst van een plantage-eigenaar. In 1764 keert Dreuzler naar zijn geboorteland terug. Hoewel hij dan Heinrich in Suriname kan verkopen voor zo’n fl.400,– neemt hij hem mee naar Württemberg. Daar schenkt hij Heinrich aan Hertog Carl Eugen. De schoolmeester Jonathan Lenz karakteriseert Heinrich als volgt:
“In Ansehung seiner Gaben seye er nicht gar unter die Mittelmässige zu sezen: in Ansehung seiner Aufführung seye er stille, friedlich und folgsam; Buchstabire zimlich gut, und fange an zu lesen; seye aber zimlich schüchtern und unkeck; habe eine Gute Leibes-Stärcke, und seye zu schweren Arbeiten geschickt und willig.”[2]

Franziska Christine von Pfalz-Sulzbach en Ignatius Fortuna
Zeer goed gedocumenteerd is het leven van Ignatius Fortuna (ca 1725? -1789). Hij was Kamermohr van Essense Abdijvorstin Franziska Christine von Pfalz-Sulzbach (1696-1776). Hij was door Franz Adam Schiffer, een Duitse koopman, in 1735 uit Suriname meegenomen. Hij genoot groot aanzien aan het hof. In haar testament legde Franszika Christine vast dat haar ‘trouwe kamermoor’ het levenslange woonrecht kreeg in het door haar opgerichte Waisenhaus zu Steele (Essen), met de daarbij horende maaltijden die hij aan dezelfde tafel als de rentmeester en de geestelijken van de stichting mocht nuttigen. Op zon- en feestdagen kreeg hij ‘ein halbes Mass Wein’. Als hij ziek was werden de kosten van artsen en medicijnen voor hem betaald. En op feestdagen kreeg hij ‘Spielgeld’ van 1 of 1 ½ Reichstaler. Toen Ignatius Fortuna op 24 november 1789, op 65-jarige leeftijd, stierf werd hij, zoals in het testament van de vorstin was vastgelegd, in de de kapel waarin zij zelf ook begraven ligt, bijgezet [3]
Zeer goed gedocumenteerd is het leven van Ignatius Fortuna (ca 1725? -1789). Hij was Kamermohr van Essense Abdijvorstin Franziska Christine von Pfalz-Sulzbach (1696-1776). Hij was door Franz Adam Schiffer, een Duitse koopman, in 1735 uit Suriname meegenomen. Hij genoot groot aanzien aan het hof. In haar testament legde Franszika Christine vast dat haar ‘trouwe kamermoor’ het levenslange woonrecht kreeg in het door haar opgerichte Waisenhaus zu Steele (Essen), met de daarbij horende maaltijden die hij aan dezelfde tafel als de rentmeester en de geestelijken van de stichting mocht nuttigen. Op zon- en feestdagen kreeg hij ‘ein halbes Mass Wein’. Als hij ziek was werden de kosten van artsen en medicijnen voor hem betaald. En op feestdagen kreeg hij ‘Spielgeld’ van 1 of 1 ½ Reichstaler. Toen Ignatius Fortuna op 24 november 1789, op 65-jarige leeftijd, stierf werd hij, zoals in het testament van de vorstin was vastgelegd, in de de kapel waarin zij zelf ook begraven ligt, bijgezet [3]