|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3 De prehistorie van de Kaap volgens dominee Borcherds
Onderweg naar Indië wordt de Oost-Indische ambtenaar Teenstra in 1825 door reumatiek gedwongen om in Kaapstad aan land te gaan. 1
Na zijn ontscheping dragen twee slaven hem van de landingssteiger naar
een bagage-wagen die hem naar zijn logement brengt. Daar zweeft hij
geruime tijd tussen leven en dood, waarbij zelfs krachtige medicijnen -
vomatieven, laxatieven, bloedzuigers, verzoete kwik en 's avonds opium -
zijn toestand niet kunnen verbeteren. Alleen een kuur in de warme baden
van Caledon heeft hem kunnen redden. Hierdoor is hij na zijn terugkeer
naar Kaapstad in staat om indrukken van het Kaapstadse leven van 1825 op
te doen.
Kaapstad maakte op hem over het algemeen een zeer
gunstige indruk. Men at er goed, kleedde zich keurig en er was ook
vermaak. Wie vrouwenvlees wilde zien, moest naar de schouwburg. Dankzij
het warme klimaat lieten de vrouwelijke bezoekers veel bloot. Een
attractie van wereldformaat was de vrijmetselaarsloge ‘De Goede Hoop’.
Het gebouw met het alziend oog op de gevel was groots en in de
achtertuin van hun loge hadden de heren vrijmetselaars een sociëteit met
biljartzalen laten optrekken, die door scheepskapiteins werd geprezen
als de beste in zijn soort ter wereld. Over het algemeen maakte Kaapstad
op Teenstra nog een sterk Nederlandse indruk:
Niettegenstaande de Kaap-kolonie of volkplanting nu reeds 19
jaren onder het Engelsche Gouvernement behoort, hebben de Hollanders
hier toch boven de Engelschen in alles den voorrang; ook noemen zij
Holland het Vaderland, en de slaven zeggen niet zelden, als zij
Hollanders zien: ‘daar gaan Vaderlanders heen’. (p. 85)
In deze nog steeds sterk ‘Hollandse’ Kaapkolonie was naast een Engels
circuit het begin van een Kaaps-Hollands cultureel circuit te vinden.
Ook hieraan nam Teenstra deel. Men mag immers aannemen dat hij niet
alleen naar de schouwburg ging om decolleté's te bewonderen. Behalve
schouwburgbezoeker was Teenstra lezer van het Kaapse Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift ( nzat).
De lectuur van een ‘treffend verslag’ van grotten bij Kaap Agulhas,
geschreven door de Stellenbossche predikant Meent Borcherds, bracht hem
ertoe daarheen een uitstapje te maken tijdens zijn reis door de
oostelijke delen van de Kaapkolonie. 2
|
1M.D. Teenstra, De
vruchten mijner werkzaamheden, gedurende mijne reize, over de Kaap de
Goede Hoop, naar Java, en terug over St. Helena, naar de Nederlanden.
Eerste deel. (F.C.L. Bosman, ed.) Kaapstad 1943 (Groningen 1830).
2Teenstra, p. 156; ‘De merkwaardige grot’, in: nzat 1 (1824), p. 180-4, 260-265, 348-353.
|
Veranderingen in het Kaapse culturele leven rond 1800
Tijdens het verblijf van Teenstra had de Kaap op cultureel gebied
meer te bieden dan in de laatste jaren van het Compagniesbewind. In de
zeventien-
|
|
|
|
|
de
en de achttiende eeuw werd er wel geschreven in Zuid-Afrika, maar
weinig daarvan was volgens contemporaine opvattingen literair. Men
schreef teksten, zoals reisjournalen, brieven en dagregisters, die
meestal niet voor publicatie bestemd waren. Poëzie werd hoofdzakelijk en
hoogstzelden geschreven door passanten die hun werk in Nederland
publiceerden. 3
Als er al poëzie voor lokaal gebruik werd geschreven, dan bleef de
circulatie ervan beperkt tot de familiekring door het ontbreken van een
drukpers. 4
Een regionaal cultureel leven dat de familiekring te
buiten ging, ontstond pas aan het begin van de negentiende eeuw. Dit
hangt samen met twee belangrijke ontwikkelingen. Allereerst werden na
1800 instituties opgericht die deelname van een groter publiek aan het
culturele leven mogelijk maakten. In 1801 werd de ‘Afrikaansche
Schouwburg’ geopend en 5 maart 1803 werd daar door het toneelgezelschap
‘Tot leering en vermaak’ De Papegaay van Kotzebue gespeeld, het eerste (vertaalde) Nederlandse toneelstuk in de Kaapse schouwburg. 5
Enkele decennia later, in 1829, is er ook sprake van Nederlandse
toneelopvoeringen in Stellenbosch, vijftig kilometer buiten Kaapstad. 6
In 1802 werd in Kaapstad een departement van de Maatschappij tot Nut
van 't Algemeen gesticht, waarvan vooral de verdiensten op het gebied
van onderwijs enige aandacht hebben gekregen in de historiografie. 7
Mensen met een donkere huid werden aan het begin van
de negentiende eeuw nog niet van dit culturele leven uitgesloten. Het
Kaapse departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen was
bijvoorbeeld gesticht door J.A. Vermaak, bijgenaamd ‘Zwart Vermaak’, een
rijke koopman, die voor een kwart van niet-Europese afkomst was. 8 Een andere prominente Kapenaar van gemengd bloed was de predikant M.C. Vos. In zijn autobiografie, het Merkwaardig
verhaal aangaande het leven en lotgevallen van Michiel Christiaan Vos
[...] door hem zelven in den Jare 1819 briefsgewijze aan eenen vriend
medegedeeld, verbergt Vos niet dat hij is geboren uit ouders die van ‘Europeesche en Aziatische voorouders afkomstig waren’. 9
Voor het literaire leven was een tweede ontwikkeling
nog belangrijker dan het ontstaan van culturele instituties: de komst
van een drukpers aan het einde van de achttiende eeuw. 10
Voor het eerst werd het hierdoor mogelijk teksten lokaal te
vervaardigen en te verspreiden. Aanvankelijk waren dit uitsluitend
gebruiksteksten, zoals aankondigingen en almanakken. In 1801 werd het
eerste literaire werk van iemand uit Zuid-Afrika voor de Zuid-Afrikaanse
markt uitgegeven: een niet bewaard gebleven gedicht van de
Stellenbossche dominee Meent Borcherds voor een landbouwkundig
genootschap. Het tweede literaire product van de Kaapse pers, het
leerdicht De Maan van Meent Borcherds, uit 1802-3, is wel bewaard. 11
|
3Zie hiervoor hoofdstuk 2.
4Een verzameling van religieuze gedichten in handschrift is Die verseboek van die Bosmans met gedichten van 1773 tot 1814 (Argief van die Drakensteinse Heemkring). Hierover: A.L. Vermaak, Die geskiedenis van Kuilsrivier, 1652-1905. Ongepubl. magister-verhandeling, Universiteit Stellenbosch, 1993, p. 223-229; 254-270.
5F.C.L. Bosman, Drama en toneel in Suid-Afrika. Deel I: 1652-1855. Kaapstad/ Pretoria 1929, p. 160, 56.
6F.C.L. Bosman, Drama en toneel in Suid-Afrika, p. 253.
7W.S. van der Westhuizen, ‘Onderwys onder die algemene skoolkommissie: die periode 1804-39’, in: Argief-jaarboek 16,2 (1953), p. 12-14.
8Toen
Vermaak door het Bataafse bewind in 1803 werd voorgedragen als
raadslid, kwamen er echter protesten. Men vond het onaanvaardbaar
geregeerd te worden door iemand wiens moeder een slavin geweest was.
Huidskleur werd niet als reden genoemd (H. Giliomee, Die Kaap tydens die eerste Britse bewind, Kaapstad 1976, p. 22).
9Kaapstad
1911, p. 1. Behalve Vermaak en Vos waren aan het begin van de
negentiende eeuw nog meer prominente Kapenaren gedeeltelijk van
niet-Europese afkomst (W.M. Freund, ‘Race in the social structure of
South Africa, 1652-1836’, in: Race and class 18,1 (1976), p. 53-67).
10Het precieze tijdstip waarop een drukpers geïnstalleerd is, is niet bekend (zie: inleiding).
11De Maan, een leerdigt, ‘1ste’ en ‘2de stuk’, Caap Stad 1802; ‘3de’ en ‘4de stuk’, Caap Stad 1803 (Herdruk in: Early Cape printing / Vroeë Kaapse drukwerk 1796-1802, Kaapstad 1971).
|
|
|
|
|
|
Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift
Het belangrijkste Nederlandstalige product van de Kaapse pers was echter Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift ( nzat), dat ook door Teenstra werd gelezen. 12 Het tijdschrift verscheen tweemaandelijks van 1824 tot 1843. In samenwerking met het nzat waren in 1824 ook twee afleveringen van een Engels tijdschrift verschenen, het South African Journal.
Voor beide tijdschriften verscheen een gezamenlijke prospectus met de
doelstellingen van de uitgave: ‘This Work [...] will be more peculiarly
devoted to the moral and intellectual improvement of South Africa, and
to the providing of useful information and enlightened entertainment to
its provincial inhabitants, whether English or Dutch.’ 13 In het ‘Programma’ dat staat afgedrukt in de eerste aflevering van het nzat heet het:
Redacteurs koesteren de aangename hoop, dat dit eerste
Tydschrift in Zuid-Afrika, niet nutteloos bevonden moge worden in het
verspreiden van gezonde kennis en zuivere denkbeelden, en dat hetzelve
strekken moge ter bevordering van zedelyke verbetering en maatschappelyk
geluk.14
Het nieuwe tijdschrift was ontworpen naar voorbeeld van bestaande
Europese tijdschriften. Er moesten echter vooral onderwerpen in aan bod
komen die met de ‘kolonie’ te maken hadden, ‘als haren Handel, hare
Staatkunde, voortplanting van den Godsdienst’, haar geschiedenis,
gecombineerd met ‘mengelschriften over letterkundige, wetenschappelyke,
en vooral Godsdienstige onderwerpen’. 15 Als gevolg van moeilijkheden met de censuur werd de Engelse editie echter al na minder dan een halfjaar gestaakt, in mei 1824. 16 Van het Zuid-Afrikaansch Tydschrift bleef zodoende alleen de ‘Nederduytsch[e]’ reeks voortbestaan.
| |