Posts mit dem Label vaterland werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label vaterland werden angezeigt. Alle Posts anzeigen

13.03.2016

De prehistorie van de Kaap volgens dominee Borcherds / Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift



[p. 75]

3 De prehistorie van de Kaap volgens dominee Borcherds

Onderweg naar Indië wordt de Oost-Indische ambtenaar Teenstra in 1825 door reumatiek gedwongen om in Kaapstad aan land te gaan.1 Na zijn ontscheping dragen twee slaven hem van de landingssteiger naar een bagage-wagen die hem naar zijn logement brengt. Daar zweeft hij geruime tijd tussen leven en dood, waarbij zelfs krachtige medicijnen - vomatieven, laxatieven, bloedzuigers, verzoete kwik en 's avonds opium - zijn toestand niet kunnen verbeteren. Alleen een kuur in de warme baden van Caledon heeft hem kunnen redden. Hierdoor is hij na zijn terugkeer naar Kaapstad in staat om indrukken van het Kaapstadse leven van 1825 op te doen.
Kaapstad maakte op hem over het algemeen een zeer gunstige indruk. Men at er goed, kleedde zich keurig en er was ook vermaak. Wie vrouwenvlees wilde zien, moest naar de schouwburg. Dankzij het warme klimaat lieten de vrouwelijke bezoekers veel bloot. Een attractie van wereldformaat was de vrijmetselaarsloge ‘De Goede Hoop’. Het gebouw met het alziend oog op de gevel was groots en in de achtertuin van hun loge hadden de heren vrijmetselaars een sociëteit met biljartzalen laten optrekken, die door scheepskapiteins werd geprezen als de beste in zijn soort ter wereld. Over het algemeen maakte Kaapstad op Teenstra nog een sterk Nederlandse indruk:
Niettegenstaande de Kaap-kolonie of volkplanting nu reeds 19 jaren onder het Engelsche Gouvernement behoort, hebben de Hollanders hier toch boven de Engelschen in alles den voorrang; ook noemen zij Holland het Vaderland, en de slaven zeggen niet zelden, als zij Hollanders zien: ‘daar gaan Vaderlanders heen’. (p. 85)
In deze nog steeds sterk ‘Hollandse’ Kaapkolonie was naast een Engels circuit het begin van een Kaaps-Hollands cultureel circuit te vinden. Ook hieraan nam Teenstra deel. Men mag immers aannemen dat hij niet alleen naar de schouwburg ging om decolleté's te bewonderen. Behalve schouwburgbezoeker was Teenstra lezer van het Kaapse Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift (nzat). De lectuur van een ‘treffend verslag’ van grotten bij Kaap Agulhas, geschreven door de Stellenbossche predikant Meent Borcherds, bracht hem ertoe daarheen een uitstapje te maken tijdens zijn reis door de oostelijke delen van de Kaapkolonie.2

Veranderingen in het Kaapse culturele leven rond 1800

Tijdens het verblijf van Teenstra had de Kaap op cultureel gebied meer te bieden dan in de laatste jaren van het Compagniesbewind. In de zeventien-
[p. 76]
de en de achttiende eeuw werd er wel geschreven in Zuid-Afrika, maar weinig daarvan was volgens contemporaine opvattingen literair. Men schreef teksten, zoals reisjournalen, brieven en dagregisters, die meestal niet voor publicatie bestemd waren. Poëzie werd hoofdzakelijk en hoogstzelden geschreven door passanten die hun werk in Nederland publiceerden.3 Als er al poëzie voor lokaal gebruik werd geschreven, dan bleef de circulatie ervan beperkt tot de familiekring door het ontbreken van een drukpers.4
Een regionaal cultureel leven dat de familiekring te buiten ging, ontstond pas aan het begin van de negentiende eeuw. Dit hangt samen met twee belangrijke ontwikkelingen. Allereerst werden na 1800 instituties opgericht die deelname van een groter publiek aan het culturele leven mogelijk maakten. In 1801 werd de ‘Afrikaansche Schouwburg’ geopend en 5 maart 1803 werd daar door het toneelgezelschap ‘Tot leering en vermaak’ De Papegaay van Kotzebue gespeeld, het eerste (vertaalde) Nederlandse toneelstuk in de Kaapse schouwburg.5 Enkele decennia later, in 1829, is er ook sprake van Nederlandse toneelopvoeringen in Stellenbosch, vijftig kilometer buiten Kaapstad.6 In 1802 werd in Kaapstad een departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen gesticht, waarvan vooral de verdiensten op het gebied van onderwijs enige aandacht hebben gekregen in de historiografie.7
Mensen met een donkere huid werden aan het begin van de negentiende eeuw nog niet van dit culturele leven uitgesloten. Het Kaapse departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen was bijvoorbeeld gesticht door J.A. Vermaak, bijgenaamd ‘Zwart Vermaak’, een rijke koopman, die voor een kwart van niet-Europese afkomst was.8 Een andere prominente Kapenaar van gemengd bloed was de predikant M.C. Vos. In zijn autobiografie, het Merkwaardig verhaal aangaande het leven en lotgevallen van Michiel Christiaan Vos [...] door hem zelven in den Jare 1819 briefsgewijze aan eenen vriend medegedeeld, verbergt Vos niet dat hij is geboren uit ouders die van ‘Europeesche en Aziatische voorouders afkomstig waren’.9
Voor het literaire leven was een tweede ontwikkeling nog belangrijker dan het ontstaan van culturele instituties: de komst van een drukpers aan het einde van de achttiende eeuw.10 Voor het eerst werd het hierdoor mogelijk teksten lokaal te vervaardigen en te verspreiden. Aanvankelijk waren dit uitsluitend gebruiksteksten, zoals aankondigingen en almanakken. In 1801 werd het eerste literaire werk van iemand uit Zuid-Afrika voor de Zuid-Afrikaanse markt uitgegeven: een niet bewaard gebleven gedicht van de Stellenbossche dominee Meent Borcherds voor een landbouwkundig genootschap. Het tweede literaire product van de Kaapse pers, het leerdicht De Maan van Meent Borcherds, uit 1802-3, is wel bewaard.11
[p. 77]

Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift

Het belangrijkste Nederlandstalige product van de Kaapse pers was echter Het Nederduitsch Zuid-Afrikaansch Tydschrift (nzat), dat ook door Teenstra werd gelezen.12 Het tijdschrift verscheen tweemaandelijks van 1824 tot 1843. In samenwerking met het nzat waren in 1824 ook twee afleveringen van een Engels tijdschrift verschenen, het South African Journal. Voor beide tijdschriften verscheen een gezamenlijke prospectus met de doelstellingen van de uitgave: ‘This Work [...] will be more peculiarly devoted to the moral and intellectual improvement of South Africa, and to the providing of useful information and enlightened entertainment to its provincial inhabitants, whether English or Dutch.’13 In het ‘Programma’ dat staat afgedrukt in de eerste aflevering van het nzat heet het:
Redacteurs koesteren de aangename hoop, dat dit eerste Tydschrift in Zuid-Afrika, niet nutteloos bevonden moge worden in het verspreiden van gezonde kennis en zuivere denkbeelden, en dat hetzelve strekken moge ter bevordering van zedelyke verbetering en maatschappelyk geluk.14
Het nieuwe tijdschrift was ontworpen naar voorbeeld van bestaande Europese tijdschriften. Er moesten echter vooral onderwerpen in aan bod komen die met de ‘kolonie’ te maken hadden, ‘als haren Handel, hare Staatkunde, voortplanting van den Godsdienst’, haar geschiedenis, gecombineerd met ‘mengelschriften over letterkundige, wetenschappelyke, en vooral Godsdienstige onderwerpen’.15 Als gevolg van moeilijkheden met de censuur werd de Engelse editie echter al na minder dan een halfjaar gestaakt, in mei 1824.16 Van het Zuid-Afrikaansch Tydschrift bleef zodoende alleen de ‘Nederduytsch[e]’ reeks voortbestaan.