Ornament-Werden - Weiblichkeit - Frauenarbeit - Sterotypisierung - Textilität - Suriname - Sklaverei - Kotomisi - Plantocrcacy - Repräsentation - Postkolonialismus - Schweiz - Dreieckshandel - Curaçao - Dutch Colonialism - Coolitude - Plantagenökonomie
Posts mit dem Label kaffee werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
Posts mit dem Label kaffee werden angezeigt. Alle Posts anzeigen
09.04.2016
Plantagenprodukte Suriname
Op deze pagina willen we u graag een beeld geven van het voedsel dat in de 17e-, 18e- en 19e eeuw in Suriname genuttigd werd. Wat aten plantage-directeuren zoal? En wat voor voedsel schotelden ze hun slaven voor? Aan de hand van contemporaine authentieke teksten proberen we daar iets over te weten te komen.
STEDMAN, JOHN GABRIEL. Reize naar Suriname en door de binnenste gedeelten van Guiana. Opnieuw uitgegeven naar de oorspronkelijke editie Amsterdam, 1799-1800.
De eerste editie van dit belangrijke historisch document werd in Londen in 1796 gepubliceerd. Stedman was officier in de Schotse Brigade. Zijn moeder was Nederlands, zijn vader Schots. Stedman nam deel aan de strijd tegen de van de plantages weggevluchte slaven. Tussen 1772 en 1777 leefde hij in de kolonie Suriname. Na zijn terugkeer in Engeland schreef hij op basis van zijn nauwkeurige dagboek aantekeningen dit boek dat een storm van protest deed opwaaien in Europa. Vooral door zijn beschrijving van de brute behandeling van slaven en de morele pervesies van de slaafhouders. Dit boek werd in vele talen vertaald en geld als een van de betrouwbaarste beschrijvingen van het leven in het 18e eeuwse leven in Suriname. Het contrast tussen het voedsel van de slaven en de slavenhouders is enorm. Stedman schrijft over de culinaire- en andere geneugten van de planters:
“Indien de Planter, op deezen dag, zyne Plantagie niet verlaat, ontbyt hy ten tien uuren; en om deeze maaltyd te nemen, zit hy aan eene tafel, in eene groote zaal geplaatst, en waar op hammen, gerookte tongen, gevogelte, of gekookte duiven, plantains, zoete cassave, brood, boter, kaas, enz. gevonden worden. Zyn drank is in dit oogenblik of zwaar bier, of Madéra-, Champagne- of Moeselwyn. Zyn opzichter houdt hem gezelschap, zig echter op hem eenen bekwamen afstand plaatsende, en beiden worden zy bediend door de schoonste en wel gemaaktste slaven. – Zie daar, hetgeen deeze heren ontbyten noemen. Wanneer deze maaltijd geëindigd is, neemt de Planter een boek; hy speelt op het schaakspel, of op de billard, of op enig speeltuig; tot dat de hitte van den dag hem noodzaakt, om in zyne hangmat te gaan leggen., om daar zyn middagslaap te nemen, welken hy evenmin kan nalaten, als een Spanjaard zyne siesta of uur van rust. Hij wendt en keert zig in dit zoort van bed, tot dat hy in een diepen slaap gevallen is, en gedurende zynen slaap houden zig twee van zyne Negers bezig om tot zyne verkoeling met een waaijer te waaijen.

Tegen drie uuren word hy van zelf wakker: na zig gewasschen en geparfumeerd te hebben, gaat hy wederom aan tafel zitten, om met zynen Opzichter het middagmaal te houden; en zy worden, even als by het ontbyt, door dezelfde slaven bediend. Niets van al het geen het jaargetyde kan opleveren van gewoon vleesch, gevogelte, wildt, visschen, groenten en vruchten, ontbreekt op deeze maaltyd: de uitgelezendste wynen worden er in overvloed geschonken; en eindigt met eene groote kop zeer sterke koffy, en eenige glazen liqueur. Ten zes uuren koomt de Opzichter wederom als des morgens, door beulen en gevangen gevolgd wordende. De strafoefeningen beginnen wederom geduurende eenigen tyd, en na dat de eigenaar zyne beveelen voor het werk van den volgenden dag gegeven heeft, zendt hy de vergadering weg, en brengt zynen avond door met ligte punch, of sangary te drinken, op de kaart te spelen, of te rooken. Myn heer begint gewoonlijk de aannadering van den slaap tegen tien of elf uuren te gevoelen; dan doet hy zich door zyne kamerdienaars ontkleeden; hy gaat vervolgens in zyne hangmat leggen, alwaar hy met de eene of andere van zyne beminden, want hy heeft altyd zyne stoet van vrouwlieden, den nacht doorbrengt. Den volgenden dag, verschynt hy op nieuw onder zyne gaandery, op hetzelfde uur als daags te vooren; hy vindt aldaar wederom zyne pyp en koffy, en met het opkomen van de zon hervat hy zyne genietingen en uitspanningen. Hy is een Vorst in ‘t klein, zoo verachtelyk, zoo eigenzinnig, zoo willekeurig heerschende, als er een is.”
De hier afgebeelde granman Quacy (Kwasi of Quassie) was behalve plantage-houder ook een alom gerespecteerde ‘kruiden dokter’. Een Zweed die in de 18e eeuw Suriname bezocht nam een kruid dat Quacy gebruikte voor zijn geneeskrachtige werking mee naar Zweden. Daar gaf hij het kruid aan de beroemde Linaeneus die het vervolgens vernoemde naar de ontdekker (ook nu nog bekend als kwasi bita). De Gouverneur en plantage houders consulteerden Quacy regelmatig als het ging om de gewapende strijd tegen de weggevluchte slaven (marrons) en zwarte magie.
04.02.2016
Leeverpol coffee plantation
http://www.atlasofmutualheritage.nl/en/Birds-eye-view-Leeverpoel-coffee-plantation-Surinam.7801
- Bird's eye view of the Leeverpoel coffee plantation in Surinam. - <Plantagie Leeverpoel geleegen aande Rievier Cottica Links Opvaarende>.- Key: A-O en 1-30. - In the foreground the work on the plantation is depicted in great detail. - This plantation has been assigned key number 52 on the chart Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. NG-478.
- Bird's eye view of the Leeverpoel coffee plantation in Surinam. - <Plantagie Leeverpoel geleegen aande Rievier Cottica Links Opvaarende>.- Key: A-O en 1-30. - In the foreground the work on the plantation is depicted in great detail. - This plantation has been assigned key number 52 on the chart Rijksmuseum, Amsterdam, inv. nr. NG-478.
Labels:
atlas of mutuel heritage,
google map,
kaffee,
Karte,
leeverpoel,
plantage,
suriname
11.09.2015
Globalisierung des Handels im 18. Jahrhundert
Von Peter Wolf, © MoneyMuseum
Die grossen Ernüchterer
Warum trinkt man in Grossbritannien eigentlich so viel Tee? Und seit wann? Was trank man zuvor?
Bis auf die erste sind alle Fragen relativ leicht zu beantworten. In den Jahren von 1650 bis 1700
führte England insgesamt gerade 181’545 Pfund Tee ein. 1700 bis 1750 waren es dagegen bereits
40 Millionen Pfund! Und das sind nur die verzollten Importe; der Schmuggel dürfte fast noch
einmal so viel ausgemacht haben. Tee wurde also in der ersten Hälfte des 18. Jahrhunderts zum
Massengetränk in England. Zuvor, um 1700, war England der weltgrösste Konsument von Kaffee;
diese Führungsrolle übernahmen dann die Kontinentaleuropäer, allen voran die Franzosen und
Niederländer.
Doch ob Kaffee oder Tee – die aus den Kolonien stammenden Heissgetränke waren selbst erst im
Verlauf des 17. Jahrhunderts Mode bei den tonangebenden Schichten geworden. Der Morgentee
oder -kaffee ersetzte Mehl- oder Biersuppen und verdrängte Bier und Wein aus ihren bisher
unangefochtenen Positionen. Viele Zeitgenossen rühmten daher die exotischen Getränke als die
«grossen Ernüchterer», die gut zu einer Zeit passten, in der Vernunft, Aufklärung und Effizienz zu
den höchsten Gütern wurden.
Globalisierung im 18. Jahrhundert?
Das Teetrinken war also eines der Zeichen für eine neue Zeit geworden. Und seine Verbreitung
beschränkte sich nicht nur auf die Oberschichten. Das «tägliche Brot» des englischen
Industriearbeiters um 1800 bestand im Wesentlichen aus mit Zucker gesüsstem Tee und Kartoffeln.
Insbesondere der gesüsste Tee eignete sich gut als Energiequelle in der Zeit der frühen
Industrialisierung: Er übertönte Hungergefühle, wärmte, war trotzdem leicht und schnell auch am
Arbeitsplatz zuzubereiten – und machte vor allem nicht betrunken.
Alle drei genannten Produkte stammten ursprünglich nicht aus Europa: Kartoffelanbau hatte man
in Amerika gelernt, der Tee musste aus China und Indien importiert werden, der Zucker vor allem
von den Westindischen Inseln. Mit anderen Worten: Die Ausdehnung des europäischen Handels
nach Übersee bedeutete nicht nur, dass sich das Leben in den Kolonien änderte. Bis in den
entlegensten Winkel der Britischen Inseln konnte man nun Kolonialwaren erwerben, die dem
täglichen Leben neue Facetten zufügten.
All dies – weltweite Kontakte, Vernetzungen und Abhängigkeiten – klingt das nicht sehr nach der
Definition eines Begriffes, der zu Beginn des 21. Jahrhunderts Mode geworden ist: nämlich der
Globalisierung? Anders gefragt: Ist die vieldiskutierte Globalisierung nicht ßbereits seit
Jahrhunderten im Gange, vielleicht gar, wie manche meinen, schon seit Jahrtausenden? Und
geschah der eigentliche «Gobalisierungsschub» etwa nicht durch Internet und Mobiltelefon,
sondern vielleicht schon durch die Teeklipper und Sklavenschiffe des 18. Jahrhunderts? Um diese
Fragen zu beantworten, müssen wir den verschlungenen Wegen des Handels dieser Zeit folgen. Am
besten fängt man hier an einer ganz unscheinbaren Stelle an – zum Beispiel bei der relativ
winzigen Kaurimuschel.
10.08.2015
24.05.2015
Louise von Panhuys
Abonnieren
Posts (Atom)




















