Omdat de low-ede niet zomaar een willekeurig gevouwen doek is maar een rouwhoofddoek waar heel wat meer over te verteilen valt dan de manier van binden zullen we daar wat meer aandacht aan besteden dan louter een naam met wat gegevens.
Alvorens de low-ede op te zetten kwam het vroeger voor dat het hoofd kaal geschoren werd. Althans twee bronnen maken daar melding van. Biom (1787:344) constateerde dat het bij de slaven een gewoonte was om 'rouw te draagen' en "vooral de hairen van hun hoofd aftescheeren, en eenen witten doek om 't hoofd te binden. Verder naar hunne gewoonlijke kleeding zwart en Salempoeris te draagen. Zij komen dit ook zo heilig na, dat zij voor geen waerelds goed daar na laatig in zouden zijn. Oit zoude bij hen ook voor eene onuitwisbare schande gerekend worden." Die schande gaat klaarblijkelijk toch niet zo ver dat men zieh daar een dertigtal jaren later nog even strak aan vasthoudt. Want dan schrijft Lammens (1982:69) dat indien de kleurlingvrouwen en negerinnen'de rouw aannemen, zij zieh 'zoms' het hoofd kaal laten scheren. Lammens is de tweede en de laatste die gewag maakt van het soms kaal scheren van het hoofd. Andere bronnen zijn ons tot op heden niet bekend.
De kleuren van de diepste rouw zijn zwart of wit. In de praktijk geeft men eerder de voorkeur aan wit. Dat geldt voor de geheie kledij. De mannen gingen vroeger tijdens de begrafenis ook in het wit gekleed.
De angisa wordt als een lontu-ede strak om het hoofd gebonden waarbij de beide punten voor het voorhoofd tot een knoop worden verwerkt. Hoewel de low-ede qua uitvoering een hele sobere bindwijze is, zien we toch,.dat er vaak extra zorg aan besteed wordt door het leg gen van een aantal parallelle fijne plooien langs de rand, de zogenaamde fini ploi (zie afbeelding 40). In dit geval worden de beide uiteinden niet voor het voorhoofd geknoopt maar vastgespeld.
Er zijn bronnen die aanhalen dat insiders aan de gevouwen angisa kunnen zien of het een naaste, en zo ja welke bloedverwant betreft. Voorbeelden ontbreken echter.
Oe zware rouw wordt in elk geval gedurende acht dagen gedragen. In de rouwperiode wordt de angisa uitgebreid met de tonpi of de tetyari. Oe tonpi is een witte (of zwarte indien zwart de rouwkleur is) hoofddoek die tot een driehoek dubbelgevouwen over de low-ede wordt heengelegd; de beide punten worden onder de kin vastgeknoopt. Oe tonpi wordt gedragen tijdens de begrafenis en gedurende acht dagen daarna. Pas dan maakt de tonpi plaats voor de tetyari die gedurende de hele verdere rouwperiode gedragen wordt en in kleur steeds aangepast wordt. Oe tetyari is een vierkante lap die met afhangende punten over de low-ede wordt heengelegd, eventueel vastgespeld. Voigens Rikken is het een in achten gevouwen doek. Tonpi is onvertaalbaar, tetyari betekent 'drager'. Evenals de kleur van de kleding accentueren ook deze beide attributen de diepte van de rouw. Lammens geeft ons een tragi-komisch voorbeeld van een slaaf die tot in het absurde de ongeschreven rouwvoorschriften op een paard toepaste: "Oe slaven, behorende tot het sterfhuis, hebben ten teken van rouw, een witten neusdoek om het hoofd gewonden, en gaan ter wederzijde van de naaste bloedverwanten - ik heb e~nmaal bijgewoont, dat de huisslaaf een doek vroeg, welke men hem gaf, zonder dat men iets van zijn voornemen wist, welke doek hij het paard, waarop de overledene veel gereden had, om de kop en voor de ogen bond, om de lijkstatie te vergezellen: - daar dit paard niet vooruitging, maar ter zijde van de lijkgangers, had het het voorkomen, alsol'--rnen een schigtig paard naar de weijde bragt, dat zeer bespottelijk stond." (1982:69)
Indien men in de rouw is dan wordt cie tapuskin pangi niet over een maar over beide schouders, bij wijze van omslagdoek gedragen en heet dan domru-anu. Oe handen worden onder de omslagdoek verborgen.
Als men uit de diepe rouw is wordt de zwarte of witte kleur vervangen door een andere kleur. Naarmate de rouw lichter wordt, worden de kleuren aangepast. Rood is de laatste kleur die gedragen wordt.

Keine Kommentare:
Kommentar veröffentlichen