07.01.2017

Angisa: hoofddoeken uit Suriname

ANGISA: HOOFDDOEKEN AAN HET WOORD
“ Op een dag – ik woonde nog niet zo lang in Nederland – sprak een Surinaamse vrouw mij aan: “Ik kèn u ergens van, zei ze. U lijkt sprekend op mijn vroegere buurvrouw in Paramaribo…mevrouw Dankoor”. “Ik ben mevrouw Isselt”, antwoordde ik maar mijn meisjesnaam is Dankoor”. “Weet u nog” zei de vrouw, “alle dames uit de buurt kwamen bij jullie over de vloer om een mooie angisa te laten maken”.



Surinaamse vrouw met hoofddoek

Aan het woord is Mildred Isselt Dankoor. Wij ontmoetten haar vorige zomer in Turnhout waar haar collectie hoofddoeken onderdeel was van de tentoonstelling Het Geweven Woord. Wat zij toen vertelde over hoofddoeken, maakte ons zo nieuwsgierig dat wij haar gingen opzoeken in Haarlem. Mildred is een rasvertelster. Niet om een kwinkslag verlegen maar tegelijk zeer precies en zeer geloofwaardig. Alleen over haar leeftijd heb ik mijn twijfels. Wil zij – met haar rimpelloos voorhoofd en de gratie van een vrouw van vijftig – ons wijsmaken dat zij bijna 70 is!

Twee domme Surinaamse kinderen

Iemand uit het biotoop van je kinderjaren tegenkomen is fijn. Maar in dit geval was de ontmoeting een ommekeer. Plots realiseerde Mildred zich dat zij van hoofddoeken binden (op het binden van een Oto Baka na), niks afwist, en dàt terwijl er in heel Suriname niemand het haar beter had kunnen aanleren dan destijds haar eigen moeder.”Als je jong bent, heb je daarvoor geen belangstelling. Evenmin als het gros van Surinamers in Suriname trouwens. Maar naarmate je verder van je moederland leeft en wat wijzer wordt met de jaren, ga je de schat aan tradities meer en meer naar waarde schatten”. Mildred besloot de traditie die van mond tot mond overgeleverd wordt en van hand op hand aangeleerd, voor teloorgang te behoeden. Ze belde haar zus in Suriname:”Wij hebben ons niks van moeders kunst eigen gemaakt. Zijn wij niet de domste Surinaamse kinderen?” Beide zussen gingen lesnemen. Bij leraars én bij oudere Surinaamse vrouwen die ‘de knepen van het plooien’ nog beheersten. Vandaag geven Mildred in Nederland en haar zus in Suriname cursus angisabinden.

 

https://bindingen.wordpress.com/2014/08/14/angisa-hoofddoeken-uit-suriname/


Heel druk

De muur bij huize Isselt is volgeprikt met schaalmodellen van nieuwe vondsten. “Mildreds handen staan nooit stil” verklapt Perry – Mildreds man – die een gesteven hoofddoek staat te strijken. “Telkens als de zussen elkaar ontmoeten, leren zij elkaar nieuwigheden aan en overlopen ze de 52 types die ze kennen of ontwierpen.

“Als er feest op til was kwam er veel volk bij ons thuis. Dames waarvoor moeder mooie angisas bond. Om te kunnen vouwen hoort het doek crackfree te zijn. De dames hadden dus gesteven & gestreken doeken bij, tenzij ze er zich een nieuwe aanschaften”. Naarmate er redenen waren om iets te herdenken of celebreren breidde het assortiment doeken zich uit. De prints op de stof verwezen naar kerkelijke aangelegenheden (bijvoorbeeld naar Kerstmis of een zaligverklaring) of wereldlijke zoals het koninklijk bezoek van Koningin Wilhelmina en verkiezingen.

Hoofddoeken meten 1m² en dienen gepast en geplooid te worden op het hoofd van de klant. Die wordt verondersteld stil te zitten en het doek stevig tegen beide slapen aan te drukken.

Als Mildred haar moeder tegen een klant hoorde zeggen “Mevrouw, gaat u maar – ik doe ’t wel op ’t hoofd van mijn dochter” herinnerde de jonge Mildred zich plots dat ze nog schoolwerk had of bedacht een smoes om zich op haar kamer terug te trekken. Geduldig stilzitten en gedurende het hele proces met je handen het doek stevig tegen de slapen drukken; het was niets voor haar. Alleen de Oto Baka (autobumper) die waarschijnlijk ter gelegenheid van de 1° in Suriname toegekomen auto werd ontworpen, kon op de knie worden gevouwen en is daarom de enige angisa die Mildred en zus in hun jeugd hebben leren vouwen.

Meet Me On The Corner

In de plantage was het slaven ten strengste verboden met elkaar te praten. Vandaar dat de hoofddoeken begonnen te spreken. Om boodschappen en mededelingen uit te wisselen, werden deze volgens een geheime code gebonden. Er bestaan sedertdien wenkende, uitnodigende hoofddoeken. Meet me on the corner: de punten van dit hoofddoek wijzen richting respectief hoekje van afspraak. Of wakka mi bakka, loop achter me aan.

Als prints waarop ketens, harten en rozen afgebeeld staan, nog niet welsprekend genoeg zijn, worden ze vaak ondertiteld in het Engels of in het Surinaams dat doorspekt is met Engelse woordjes. Dikwijls geëngageerd en bijna altijd in heerlijke recht-voor-de-raap-poëzie: Cupido sutu ju peyri ini mi ai, ma no sutu en ini mi Ati. Bikasi mi nafu ala sma mia na fu ju w’wan (Schiet de pijl in mijn oog maar niet in mijn hart want mijn ogen zijn voor iedereen maar mijn hart voor jou alleen). Er zijn ook feda-angisas, voor een feest, of agressief uitziende ruziehoofddoeken. En het hele gamma daartussenin.



Fu drie moismois ede meki nasi go na koro bere

De geschiedenis van de afstammelingen van slaven die bij scheepsladingen vanuit Ghana naar de kolonies werden gevoerd, overleefde slechts mondeling én in tekeningen die angisas illustreren. Zo is er het hoofddoek met een kool geketend aan een hart. Dit leest als volgt: een zwangere Surinaamse zou een drieling baren. Dat stond buiten kijf, zo zwaar was zij. Een drieling! Dat zou een primeur zijn voor het land, dus heel Suriname in verwachting. Er waren twee ziekenhuizen in het land. Elk met een dokter die dong naar de eer om de drieling op de wereld te zetten. Tot grote afgunst van dokter Nasi zou dokter Kool die eer te beurt vallen. Zo was afgesproken maar dat was wel buiten de drieling gerekend die, net toen hun moeder ter hoogte van dokter Nasi’s praktijk liep, weeën kreeg. Zodat dokter Nasi haar verloste. Als iemand boos is of jaloers, maakt men graag een zinspeling met het hoofddoek om ‘3 muizen is dokter kool in Nasi’s buik gegaan’.

De koto Aanvankelijk zwoegden slaven en slavinnen in bloot bovenlijf, hun hoofd met een doek omknoopt op zijn Afrikaans – zoals vandaag de boslandcreolen in het binnenland van Suriname nog steeds dragen. De schoonheid van sommige slavinnen liet de plantagebazen niet onberoerd en dat was hun echtgenotes een doorn in het oog. Daarom eisten zij dat slavinnen hun lichaam verborgen en wel op een zo onelegant mogelijke manier. Een jutezak met een gat in om hun hoofd door te steken.

Het silhouet – althans in eerste ruwe versie- van de koto die in latere tijden de typische klederdracht van de Surinaamse werd en ook vandaag op feesten gedragen wordt, refereert daar nog aan. De koto is allicht gelanceerd toen een meisje op het idee kwam met een koord om haar middel haar taille te accentueren. Een meisje dat vandaag de koto aantrekt, moet zich nog steeds door een stoffen buis wurmen. Daarbij moet ze ervoor zorgen dat er genoeg stof over is als ze de ceintuur in haar taille bevestigt, zodat -wanneer zij de stof laat vallen- er om haar middel een soort buidel ontstaat; de zogenaamde koto beri waarin ze bijvoorbeeld centen kan bergen.

MISS DE NEVE

1 juli 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft. Overal in Nederland zal dat tot happenings leiden maar vooral in Amsterdam. Op 1 juli vieren ze 150 jaar afschaffing van de slavernij in Suriname!

De dames zullen in hun koto verschijnen. In een ensemble dat Mis de Neve heet. Mis de Neve verstond het om armoedige lompen te restylen, te draperen tot een westerse look en er zich bovendien in te vertonen. Op het hoofd wellicht de manspassi-angisa; de fuchsiakleurige met toepasselijk een vrijheidsstrijder op en gebroken ketens. Vervolgens het jakje en daaronder de wijde kotorok met de berikoto of kotoberi. Onder de koto de witte fijne onderjurken. Vooral de ouderwetse dames koketteren er graag mee. Een sierschort drapeert het achterwerk. Ze dansen, wervelen en tonen een blote kuit maar behouden voldoende aarding zodat ze nog uren kunnen doorgaan. Wat dan ook het geval is.


elke hoofddoek heeft een eigen taal, een eigen vouwtechniek

Wil een kotomisi (de dame die de koto draagt) historisch correct of compleet zijn, dan wordt onder het jaki een langwerpig kussen gedragen waardoor de dame een hoge rug lijkt te hebben en zo het overigens zo fraaie silhouet de mist in gaat. Bedenksel – u raadt het– alweer van kolonisten dames. Jaloers design.

Een bewerking van dit artikel verscheen in Handwerken zonder grenzen, 2013.

Keine Kommentare:

Kommentar veröffentlichen